Intern laadbeheer

Intern laadbeheer

De versies AC SMART VALUE en ADVANCED hebben een geïntegreerd belasting-/laadbeheer om laadpieken, stroomonderbrekingen en onevenwichtige ladingen te vermijden wanneer verschillende elektrische voertuigen tegelijkertijd opladen. Tot 16 AC SMART wallboxen kunnen worden bestuurd met het geïntegreerde belasting-/laadbeheer van de AC SMART. Een AC SMART in het systeem fungeert als een controlbox, die de beschikbare laadstroom doorgeeft aan de individuele satellietboxen.

Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen statisch en dynamisch laadbeheer. Met statisch laadbeheer wordt de maximale laadstroom voor de laadpunten gedefinieerd, die dan wordt verdeeld tussen de individuele laadpunten wanneer verschillende elektrische voertuigen worden geladen. Met dynamisch laadbeheer wordt aan de andere kant de beschikbare laadstroom continu herberekend en dan overeenkomstig verdeeld over de laadpunten. Hieronder vindt u een stapsgewijze instructies over hoe u een intern belasting-/laadbeheer dient in te stellen in de AC SMART-webserver.

Houd er rekening mee dat de hier beschreven stappen alleen door getrainde elektriciens mogen worden uitgevoerd.

Basisvereisten

Statisch laadbeheer is geïntegreerd in de versie AC SMART VALUE. Hiervoor zijn geen extra componenten vereist.

Naast statisch laadbeheer omvat de versie AC SMART ADVANCED variant ook dynamisch laadbeheer. Hiervoor is een extra energiemeter nodig om de beschikbare laadstroom te berekenen (een geschikte energiemeter vindt u in de online catalogus van Weidmüller). Om dynamisch laadbeheer te gebruiken, moet ten minste één AC SMART ADVANCED in het systeem worden geïnstalleerd om als controlbox te fungeren. AC SMART VALUE wallboxen kunnen ook gebruikt worden voor de satellietboxen.

Raadpleeg de volgende schema’s om te zien hoe de laadstations worden aangesloten voor het respectieve laadbeheer:

Instructies voor het configureren van een intern belasting-/laadbeheer in de webserver.

Open de webserver van je AC SMART (zie hoofdstuk 9.3 van de gebruiksaanwijzing). De Modbus TCP-interface moet worden geconfigureerd als WIFI of ethernet (zie hoofdstuk 9.4 van de gebruiksaanwijzing).

In het menu-item Laadbeheeronder Algemeen vindt u alle instellingen die u moet gebruiken om een laadbeheer in te stellen. Er moet een controlbox in elk laadnetwerk zitten. Elke extra EV-laadbox die deel uitmaakt van hetzelfde laadnetwerk moet worden geconfigureerd als een satellietbox. Activeer Satellietbox of Controlbox overeenkomstig.

Alleen voor de controlbox: voer de gewenste waarde voor de Globale stroomlimiet [A] in en de IP-adressen van alle aangesloten satellietboxen. Het aangesloten veld geeft aan of er communicatie tussen de satellietbox en de controlbox mogelijk is.

Activeer, als u de dynamische laadbeheerfunctie wilt gebruiken, de Dynamische functie. Bevestig je invoer met Save.

Meer services